Zelfstandigenwet moet uitgaan van ondernemerschap
secretaris • 3 augustus 2026

Geen VBAR 2.0

Minister Aartsen, geef Nederland een Zelfstandigenwet die uitgaat van ondernemerschap


De eerste adviezen voor de nieuwe Zelfstandigenwet liggen op tafel. Dat is een belangrijke stap. Er wordt eindelijk gezocht naar een oplossing voor de onzekerheid die de afgelopen jaren is ontstaan voor zelfstandigen én opdrachtgevers. Comité ZZP ziet daarin positieve ontwikkelingen. Het besef groeit dat de huidige manier van beoordelen niet werkt en dat ondernemers en opdrachtgevers vooraf duidelijkheid nodig hebben. Maar juist nu is het belangrijk om de juiste keuzes te maken.

Want hoewel de werkrelatietoets uit de VBAR verdwijnt, dreigt de onderliggende systematiek in een andere vorm terug te keren.


Niet langer wordt iedere opdracht beoordeeld, maar de ondernemer zelf. Via een zelfstandigentoets, een register, een jaarlijkse status en aanvullende voorwaarden ontstaat opnieuw een systeem waarin de overheid bepaalt wie als zelfstandig ondernemer kan werken. Dat is een fundamenteel andere benadering van ondernemerschap dan Nederland altijd heeft gekend.


Begin bij de basis

De nieuwe Zelfstandigenwet zou moeten beginnen met één heldere wettelijke uitgangspositie:

Een zzp'er is ondernemer.

Niet als uitzondering. Niet na een jaarlijkse beoordeling. Maar omdat hij ondernemer is.

Die basis verdient een duidelijke plaats in de wet.

Daaruit volgt automatisch dat voor alle ondernemers dezelfde uitgangspunten gelden, voor alle ondernemers gelden dezelfde wettelijke uitgangspunten, zonder uitzonderingen per sector of per beroepsgroep. Ondernemers mét en zonder personeel verschillen in omvang, niet in hun juridische positie als ondernemer.


De overeenkomst is tussen twee ondernemers

Een opdracht ontstaat doordat twee zelfstandige partijen vrijwillig een overeenkomst sluiten.

De taak van de overheid is om daarvoor heldere, volgbare en voorspelbare spelregels vast te leggen.

Dat geeft opdrachtgevers vertrouwen en ondernemers ruimte om te ondernemen.

Rechtszekerheid ontstaat niet door steeds nieuwe beoordelingen, maar door duidelijke wetgeving die voor iedereen hetzelfde is.


Ondernemerschap vraagt duidelijkheid, geen jaarlijkse toestemming

Ondernemerschap brengt verantwoordelijkheid met zich mee.

Iedere ondernemer maakt keuzes, loopt risico en organiseert zijn onderneming op een manier die past bij zijn bedrijf. Daarom past een systeem waarin een ondernemer jaarlijks afhankelijk wordt van een overheidsstatus niet bij de positie van een zelfstandig ondernemer.

Een ondernemer hoeft niet ieder jaar opnieuw toestemming te krijgen om ondernemer te zijn.

Dat uitgangspunt geldt voor iedere ondernemer in Nederland.


Houd de wet stabiel

De voorgestelde safe harbour bevat objectieve elementen die bijdragen aan meer duidelijkheid. Tegelijkertijd worden voorwaarden geïntroduceerd die opnieuw raken aan de inrichting van de opdracht, zoals een vooraf opgelegd rooster. Daarnaast blijft ruimte bestaan om via een Algemene Maatregel van Bestuur aanvullende voorwaarden toe te voegen.

Juist daarom is het belangrijk dat de basis van de Zelfstandigenwet in de wet zelf wordt vastgelegd.

Ondernemers hebben behoefte aan stabiele regels die jarenlang voorspelbaar blijven. Niet aan een systeem dat via lagere regelgeving steeds verder kan worden uitgebreid.


Vertrouwen als uitgangspunt

Nederland kent ruim een miljoen zelfstandig ondernemers.

Dat zijn mensen die bewust kiezen voor ondernemerschap, verantwoordelijkheid nemen voor hun inkomen en investeren in hun eigen toekomst. De overheid heeft een belangrijke taak: heldere regels maken, misbruik aanpakken en bescherming bieden waar mensen echt kwetsbaar zijn.

Maar het vertrekpunt moet altijd zijn: vertrouwen in ondernemerschap.


Onze oproep aan minister Aartsen

Minister Aartsen heeft de kans om een einde te maken aan jaren van onzekerheid.

Dat vraagt om een Zelfstandigenwet die uitgaat van een eenvoudig en krachtig fundament:

  • een zzp'er is ondernemer;
  • voor alle ondernemers gelden dezelfde wettelijke uitgangspunten, voor alle ondernemers gelden dezelfde wettelijke uitgangspunten, zonder uitzonderingen per sector of per beroepsgroep;
  • overeenkomsten worden gesloten tussen zelfstandige ondernemers;
  • regels zijn objectief, voorspelbaar en consistent;
  • rechtszekerheid staat centraal voor zowel ondernemers als opdrachtgevers.

Maak van de Zelfstandigenwet geen nieuw stelsel waarin ondernemerschap afhankelijk wordt van een jaarlijkse status of steeds verder kan worden ingevuld via uitvoeringsregels.

Geef Nederland een wet die ondernemerschap erkent, rechtszekerheid biedt en vertrouwen uitstraalt.

Dat is de basis waarop ondernemers én opdrachtgevers weer vooruit kunnen.


Wat vind jij? Laat het ons weten!


door secretaris • 2 november 2026
Alle zelfstandigen verdienen rechtszekerheid FNV Zelfstandigen stelt dat duidelijkheid voor ongeveer 275.000 zelfstandigen onzekerheid veroorzaakt voor meer dan 85% van de beroepsbevolking. Die conclusie wordt niet onderbouwd. FNV noemt bezwaren tegen de Zelfstandigenwet, maar maakt niet duidelijk welke bestaande werknemersrechten door welke bepaling in gevaar komen, noch waarom meer dan 85% van de beroepsbevolking daardoor onzekerheid zou ervaren. Het tegenover elkaar plaatsen van twee percentages is geen onderbouwing van dat verband. Comité ZZP vindt dat werknemersbescherming en rechtszekerheid voor zelfstandigen beide serieus moeten worden genomen. Wie feitelijk werknemer is en wil zijn, verdient de bijbehorende bescherming. Wie daadwerkelijk zelfstandig onderneemt, verdient duidelijke regels en ruimte om te ondernemen. De vraag is hoe wetgeving beide waarborgt. De afbakening tot 275.000 is niet aangetoond Volgens FNV bestaat twijfel bij opdrachtgevers over ongeveer 275.000 zzp’ers die eigen arbeid aanbieden, langdurig voor dezelfde opdrachtgever werken en weinig opdrachtgevers hebben. In de reactie ontbreken een bron en een controleerbare berekening. Daarmee ontbreekt de onderbouwing om juist deze groep als de volledige groep met onzekerheid aan te wijzen. Het CBS verzamelt gegevens over het aantal opdrachtgevers en de mate waarin zelfstandigen voor hun inkomsten afhankelijk zijn van één opdrachtgever. Die gegevens beschrijven economische afhankelijkheid. Ze meten niet hoeveel zelfstandigen en opdrachtgevers onzeker zijn over de juridische kwalificatie van hun samenwerking. Die twee zaken mogen niet zonder aanvullende onderbouwing aan elkaar worden gelijkgesteld. FNV beschrijft bovendien zelf dat opdrachtgevers alle zzp’ers uitsluiten, bestaande samenwerkingen beëindigen of zelfstandigen uitsluitend via tussenbureaus laten werken. Zulke algemene maatregelen onderscheiden niet naar opdrachtduur of het aantal opdrachtgevers van een individuele zelfstandige. Dat betekent onzekerheid voor álle zzp'ers en kan niet de bedoeling zijn. Alle zelfstandigen hebben belang bij duidelijke regels Los van het precieze aantal vindt Comité ZZP dat alle zelfstandigen rechtszekerheid verdienen. Zij moeten kunnen beoordelen onder welke voorwaarden zij een opdracht kunnen uitvoeren en welke verplichtingen daarbij horen. Dat belang geldt voor starters, voor ondernemers met meerdere opdrachtgevers en voor zelfstandigen die afwisselend korte en lange opdrachten aannemen. Daarmee wordt niet beweerd dat iedere zelfstandige evenveel onzekerheid ervaart. Ook als het uitsluitend om 275.000 mensen zou gaan, blijft hun belang bij rechtszekerheid overeind. De omvang van een groep is geen argument om onduidelijkheid voor die groep te laten voortbestaan. Een lange opdracht maakt iemand nog geen werknemer Een langdurige opdracht of een beperkt aantal opdrachtgevers kan meewegen bij de beoordeling van een arbeidsrelatie. Geen van beide bepaalt op zichzelf de uitkomst. Een specialist kan maanden aan één project werken en daadwerkelijk ondernemer zijn. Omgekeerd bewijst een reeks korte opdrachten niet dat iemand zelfstandig werkt. De Hoge Raad verlangt een beoordeling van alle omstandigheden in onderling verband. In de Uber-uitspraak van 21 februari 2025 bevestigde de Hoge Raad dat ondernemerschap volwaardig meetelt en zelfs doorslaggevend kan zijn. Daarbij kunnen ook omstandigheden buiten de specifieke opdracht van belang zijn. Het aantal opdrachtgevers en de duur van opdrachten bieden dus geen zelfstandige grond om een hele groep als werknemer of ondernemer aan te merken. Evenmin tonen ze aan waar rechtsonzekerheid begint of eindigt. Waarop is de onzekerheid voor die 85% gebaseerd? FNV hecht terecht aan werknemersbescherming en een goed functionerend collectief stelsel. Wijzigingen in de afbakening van de arbeidsovereenkomst moeten daarom zorgvuldig worden beoordeeld. Als een voorstel mogelijkheden creëert om werknemers ten onrechte als zelfstandige te behandelen, moet dat concreet worden benoemd en aangepakt. Maar daarvoor is meer nodig dan de stelling dat aanpassing van het arbeidsrecht onzekerheid schept voor vrijwel alle werknemers. Welke bepaling veroorzaakt dat? Voor welke werknemers verandert de rechtspositie? Welke bescherming wordt moeilijker afdwingbaar? FNV noemt onder meer open normen, aansluiting op bestaande rechtspraak en onduidelijkheid over pensioen en fiscaliteit. Dat zijn onderwerpen voor een inhoudelijke beoordeling van het voorstel. Ze tonen op zichzelf niet aan dat meer dan 85% van de beroepsbevolking onzekerheid zal ervaren. Het bestaan van rechtspraak maakt nadere wetgeving bovendien niet bij voorbaat ongewenst. In de Deliveroo-uitspraak wees de Hoge Raad expliciet op de aandacht van de wetgever voor nadere algemene regels over de afgrenzing tussen werknemerschap en zelfstandig ondernemerschap. Een gelijk speelveld vraagt ook om ruimte voor ondernemerschap Comité ZZP onderschrijft het belang van bescherming voor alle werkenden. Een gelijk speelveld vraagt om eerlijke voorwaarden voor verschillende manieren van werken. Werknemers moeten kunnen rekenen op hun arbeidsrechtelijke bescherming. Zelfstandigen moeten hun onderneming verantwoord kunnen voeren en vooraf zo goed mogelijk kunnen beoordelen waar zij aan toe zijn. FNV constateert ook dat slecht werkgeverschap mensen richting zelfstandigheid kan duwen. Dat verdient een eigen antwoord: meer zeggenschap, betere roosters, minder bureaucratie en een werkbare balans tussen werk en privé. Onduidelijkheid over zelfstandig ondernemerschap lost die problemen niet op. Wie zelfstandig wil werken, moet dat kunnen doen. Verbeter het voorstel waar dat nodig is De Zelfstandigenwet moet kritisch worden getoetst op duidelijkheid, uitvoerbaarheid en bescherming tegen misbruik. Als criteria onvoldoende houvast bieden of waarborgen tekortschieten, moeten die worden verbeterd. Rechtszekerheid is een doel waaraan het voorstel moet worden getoetst, geen resultaat dat bij voorbaat vaststaat. Diezelfde zorgvuldigheid mag worden verwacht van de kritiek. Een onbewezen tegenstelling tussen 3% en 85% helpt het debat niet verder. De wetgever moet werknemers beschermen én zelfstandigen een helder kader bieden. Alle zelfstandigen verdienen duidelijke regels.
door secretaris • 28 oktober 2026
Nederland telt ruim een miljoen zelfstandigen zonder personeel. Veel van hen kiezen bewust voor ondernemerschap. Ze investeren, nemen risico’s, zoeken klanten en dragen verantwoordelijkheid voor hun eigen inkomen en toekomst. Het Burgerlijk Wetboek regelt verschillende overeenkomsten waaronder zij werken. Toch ontbreekt een algemene wettelijke omschrijving van zelfstandig ondernemerschap. Dat roept een vraag op: verdient zelfstandig ondernemerschap, naast de arbeidsovereenkomst, een duidelijker eigen plaats in de wet? De contractvorm is geregeld, de ondernemer niet algemeen omschreven Artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek beschrijft wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. Arbeid, loon en werken in dienst van een ander vormen daarbij de kern. Rondom deze overeenkomst is een uitgebreid stelsel van werknemersbescherming gebouwd. Het Burgerlijk Wetboek kent ook de overeenkomst van opdracht en aanneming van werk. Die regelen belangrijke contractvormen waarvan zelfstandigen gebruikmaken. Ze geven geen echter algemene omschrijving van wie zelfstandig ondernemer is. Dat onderscheid doet ertoe. De overeenkomst waaronder iemand werkt, heeft een wettelijke plaats. Zelfstandig ondernemerschap als zodanig heeft binnen het Burgerlijk Wetboek geen vergelijkbare algemene omschrijving. Ondernemerschap is juridisch al relevant Nederland kent verschillende ondernemersbegrippen. De inkomstenbelasting en de btw hebben ieder hun eigen criteria. Ook binnen het Burgerlijk Wetboek bestaan begrippen voor specifieke doeleinden, zoals de handelaar in het consumentenrecht. Die begrippen beantwoorden echter niet automatisch de vraag of iemand een bepaalde opdracht als zelfstandige uitvoert. Ondernemer zijn en een arbeidsovereenkomst hebben, sluiten elkaar niet in alle omstandigheden uit. Iemand kan een eigen bedrijf hebben en daarnaast in loondienst werken. Ook bij de beoordeling van een arbeidsrelatie speelt ondernemerschap al een belangrijke rol. De Hoge Raad heeft bevestigd dat ondernemerschap volwaardig moet worden meegewogen. Daarbij kunnen ook omstandigheden buiten de betreffende opdracht meetellen, zoals acquisitie, reputatie en het aantal opdrachtgevers. Tussen de relevante omstandigheden geldt geen vaste rangorde. Die erkenning is belangrijk. Echter: zij is ontwikkeld in de rechtspraak. Een expliciete wettelijke omschrijving van zelfstandig ondernemerschap als tegenhanger van de arbeidsovereenkomst ontbreekt nog steeds. Geef ook de bewuste keuze betekenis De wens om ondernemer te zijn, maakt iemand onder het huidige recht nog geen zelfstandige. Een contract met het opschrift ‘overeenkomst van opdracht’ is evenmin voldoende. De overeengekomen rechten en verplichtingen en de uitvoering daarvan bepalen hoe de arbeidsrelatie juridisch wordt beoordeeld. Daarmee is de politieke vraag niet beantwoord: welke betekenis zou een aantoonbaar vrije en geïnformeerde keuze voor ondernemerschap in de wet moeten krijgen? Die keuze hoeft niet op zichzelf beslissend te zijn. Zij kan worden verbonden aan objectieve kenmerken: zelfstandig opdrachten verwerven, investeren, eigen tarieven bepalen, verantwoordelijkheid dragen voor het resultaat en ondernemersrisico lopen. Wie wettelijke erkenning van ondernemerschap bepleit, moet daarom duidelijk maken welke combinatie van keuzevrijheid en feitelijke zelfstandigheid daarvoor nodig is. Andere Europese landen bieden aanknopingspunten Andere Europese landen geven ondernemerschap en zelfstandig werk op verschillende manieren een wettelijke plaats. Duitsland omschrijft in § 14 van het Bürgerliches Gesetzbuch wie bij het aangaan van een rechtshandeling als ondernemer handelt. - Italië kent zowel een ondernemersbegrip als afzonderlijke bepalingen over zelfstandig werk. - België heeft een breed ondernemingsbegrip vastgelegd in het Wetboek Economisch Recht. Die begrippen hebben verschillende functies en zijn niet zonder meer gelijk aan de Nederlandse zzp’er. - Spanje biedt een directer aanknopingspunt. De Ley 20/2007 del Estatuto del trabajo autónomo omschrijft zelfstandig werkenden en regelt hun rechten en plichten. Daarbij is onder meer vereist dat zij voor eigen rekening en buiten de leiding en organisatie van een ander werken. Deze voorbeelden lossen de grens tussen zelfstandigheid en werknemerschap niet vanzelf op. Ze laten wel zien dat een expliciet wettelijk kader voor ondernemerschap of zelfstandig werk mogelijk is naast werknemersbescherming. Maak duidelijk wat wettelijke erkenning moet opleveren Comité ZZP pleit ervoor te onderzoeken hoe zelfstandig ondernemerschap een eigen wettelijke omschrijving en duidelijke rechtsgevolgen kan krijgen. Daarbij moet vooraf helder zijn wat zo’n regeling oplevert. Welke kenmerken wijzen op daadwerkelijke zelfstandigheid? Hoe weegt de bewuste keuze mee? En welke zekerheid kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer daaraan ontlenen voordat zij gaan samenwerken? Een wettelijke regeling moet meer bieden dan symbolische erkenning. Zij moet bijdragen aan een begrijpelijke en voorspelbare beoordeling, met waarborgen tegen schijnzelfstandigheid en behoud van werknemersbescherming. Het Nederlandse recht erkent ondernemerschap al op verschillende plaatsen. De rechtspraak geeft het betekenis bij de beoordeling van arbeidsrelaties. De volgende vraag is of de wetgever die erkenning duidelijker en samenhangender moet vastleggen. Het wordt tijd dat de wet ook positief omschrijft wat daadwerkelijk zelfstandig ondernemerschap inhoudt — en welke rechtsgevolgen daaraan verbonden zijn.
door penningmeester • 21 oktober 2026
‘Geen zzp’er inhuren’ is een veilig advies. Is het ook het beste advies?
door secretaris • 19 oktober 2026
PRO: contra zzp.
door secretaris • 24 juli 2026
De nieuwste cijfers van de KvK laten zien dat het aantal zzp'ers opnieuw flink is gestegen.
door secretaris • 15 juli 2026
Er is een campagne. Maar we zien ‘m niet. De naam is sterk: ‘Zo kan zzp wél’.
door secretaris • 6 juli 2026
Twee ministers. Eén ministerie. Twee boodschappen.
door penningmeester • 29 juni 2026
De wereld beweegt richting solo. Dat is geen toeval!
door secretaris • 22 juni 2026
Framing en feiten: Waarom het bashen van de zzp’er nu écht moet stoppen 
door secretaris • 29 april 2026
1 mei: Dag van de Arbeid – maar voor wie eigenlijk?