Wat betekent de val van het kabinet voor zzp'ers?
Comité ZZP • 3 juni 2025

De val van het kabinet op 3 juni 2025  heeft ongetwijfeld belangrijke gevolgen voor de Wet DBA, de opvolgende wetgeving (VBAR) én de handhavingsplannen. Dit is te verwachten:


1. Verdere handhaving (voorlopig) op pauze

De geplande verdere intensivering van handhaving vanaf 1 januari 2025 (zoals aangekondigd door demissionair minister Van Gennip) stond al onder druk, maar is nu feitelijk on hold. Een nieuw kabinet zal eerst zelf richting moeten bepalen voordat de Belastingdienst of de Inspectie SZW handhavend op gaat treden.

Verwachting: Beperkte handhaving zoals nu het geval is – alleen bij duidelijke kwaadwillendheid of flagrante schijnzelfstandigheid.


2. VBAR komt niet door de Kamer (voorlopig)

Het wetsvoorstel VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties) is nog niet behandeld door de Tweede Kamer. Door de kabinetsval wordt behandeling opnieuw uitgesteld — en waarschijnlijk niet meer in deze vorm voortgezet.

  • VVD, NSC en BBB hebben in debatten en hun verkiezingsprogramma’s kritiek geuit op de inbeddingstoets en de vergaande gevolgen van VBAR voor “gewone” zelfstandigen.
  • PVV en BBB zijn uitgesproken vóór meer ruimte voor zelfstandigheid.

Verwachting: Het wetsvoorstel VBAR sneuvelt, of wordt grondig herschreven onder een nieuw kabinet.


3. Nieuwe koers op zzp-beleid waarschijnlijk soepeler

Als het kabinet-Schoof alsnog geformeerd wordt, is te verwachten dat:

  • De nadruk verschuift van handhaving naar keuzevrijheid voor zelfstandig ondernemerschap.
  • Minder focus komt te liggen op strenge toetsing van de arbeidsrelatie, en meer op transparante afspraken en administratieve vereenvoudiging.
  • Er mogelijk een nieuw traject start om de positie van zelfstandig ondernemers wettelijk te verankeren, zónder dat alle vormen van inbedding verboden worden.

Kortom, meer richting een Zelfstandigenwet zoals die inmiddels is voorgesteld. Verwachting: Een meer pragmatische aanpak, met aandacht voor bescherming onderin de markt, maar ruimte bovenin.


4. Tijd van onzekerheid voor opdrachtgevers en zzp’ers

Totdat er duidelijkheid is over een regeerakkoord én nieuwe wetgeving:

  • Blijft de praktijk juridisch grijs.
  • Is het verstandig om als opdrachtgever met modelovereenkomsten of transparante opdrachten te werken.
  • Wordt beleidsmatige duidelijkheid pas na de zomer van 2025 verwacht.


De val van het kabinet op 3 juni 2025 vertraagt de invoering en handhaving van de Wet DBA-opvolgers. Totdat er een nieuw kabinet is met een andere koers, blijft de handhaving op afstand en is het wetsvoorstel VBAR vrijwel kansloos. Een soepeler en praktischer zzp-beleid ligt nu voor de hand — maar tot die tijd blijft onzekerheid troef.


OPROEP!

Geef jouw input mee voor de volgende bewindspersoon, in de vorm van een  bezwaar tegen het huidige beleid bij de Nationale ombudsman en de ACM.

Danielle van Wieringen

door secretaris • 28 oktober 2026
Nederland telt ruim een miljoen zelfstandigen zonder personeel. Veel van hen kiezen bewust voor ondernemerschap. Ze investeren, nemen risico’s, zoeken klanten en dragen verantwoordelijkheid voor hun eigen inkomen en toekomst. Het Burgerlijk Wetboek regelt verschillende overeenkomsten waaronder zij werken. Toch ontbreekt een algemene wettelijke omschrijving van zelfstandig ondernemerschap. Dat roept een vraag op: verdient zelfstandig ondernemerschap, naast de arbeidsovereenkomst, een duidelijker eigen plaats in de wet? De contractvorm is geregeld, de ondernemer niet algemeen omschreven Artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek beschrijft wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. Arbeid, loon en werken in dienst van een ander vormen daarbij de kern. Rondom deze overeenkomst is een uitgebreid stelsel van werknemersbescherming gebouwd. Het Burgerlijk Wetboek kent ook de overeenkomst van opdracht en aanneming van werk. Die regelen belangrijke contractvormen waarvan zelfstandigen gebruikmaken. Ze geven geen echter algemene omschrijving van wie zelfstandig ondernemer is. Dat onderscheid doet ertoe. De overeenkomst waaronder iemand werkt, heeft een wettelijke plaats. Zelfstandig ondernemerschap als zodanig heeft binnen het Burgerlijk Wetboek geen vergelijkbare algemene omschrijving. Ondernemerschap is juridisch al relevant Nederland kent verschillende ondernemersbegrippen. De inkomstenbelasting en de btw hebben ieder hun eigen criteria. Ook binnen het Burgerlijk Wetboek bestaan begrippen voor specifieke doeleinden, zoals de handelaar in het consumentenrecht. Die begrippen beantwoorden echter niet automatisch de vraag of iemand een bepaalde opdracht als zelfstandige uitvoert. Ondernemer zijn en een arbeidsovereenkomst hebben, sluiten elkaar niet in alle omstandigheden uit. Iemand kan een eigen bedrijf hebben en daarnaast in loondienst werken. Ook bij de beoordeling van een arbeidsrelatie speelt ondernemerschap al een belangrijke rol. De Hoge Raad heeft bevestigd dat ondernemerschap volwaardig moet worden meegewogen. Daarbij kunnen ook omstandigheden buiten de betreffende opdracht meetellen, zoals acquisitie, reputatie en het aantal opdrachtgevers. Tussen de relevante omstandigheden geldt geen vaste rangorde. Die erkenning is belangrijk. Echter: zij is ontwikkeld in de rechtspraak. Een expliciete wettelijke omschrijving van zelfstandig ondernemerschap als tegenhanger van de arbeidsovereenkomst ontbreekt nog steeds. Geef ook de bewuste keuze betekenis De wens om ondernemer te zijn, maakt iemand onder het huidige recht nog geen zelfstandige. Een contract met het opschrift ‘overeenkomst van opdracht’ is evenmin voldoende. De overeengekomen rechten en verplichtingen en de uitvoering daarvan bepalen hoe de arbeidsrelatie juridisch wordt beoordeeld. Daarmee is de politieke vraag niet beantwoord: welke betekenis zou een aantoonbaar vrije en geïnformeerde keuze voor ondernemerschap in de wet moeten krijgen? Die keuze hoeft niet op zichzelf beslissend te zijn. Zij kan worden verbonden aan objectieve kenmerken: zelfstandig opdrachten verwerven, investeren, eigen tarieven bepalen, verantwoordelijkheid dragen voor het resultaat en ondernemersrisico lopen. Wie wettelijke erkenning van ondernemerschap bepleit, moet daarom duidelijk maken welke combinatie van keuzevrijheid en feitelijke zelfstandigheid daarvoor nodig is. Andere Europese landen bieden aanknopingspunten Andere Europese landen geven ondernemerschap en zelfstandig werk op verschillende manieren een wettelijke plaats. Duitsland omschrijft in § 14 van het Bürgerliches Gesetzbuch wie bij het aangaan van een rechtshandeling als ondernemer handelt. - Italië kent zowel een ondernemersbegrip als afzonderlijke bepalingen over zelfstandig werk. - België heeft een breed ondernemingsbegrip vastgelegd in het Wetboek Economisch Recht. Die begrippen hebben verschillende functies en zijn niet zonder meer gelijk aan de Nederlandse zzp’er. - Spanje biedt een directer aanknopingspunt. De Ley 20/2007 del Estatuto del trabajo autónomo omschrijft zelfstandig werkenden en regelt hun rechten en plichten. Daarbij is onder meer vereist dat zij voor eigen rekening en buiten de leiding en organisatie van een ander werken. Deze voorbeelden lossen de grens tussen zelfstandigheid en werknemerschap niet vanzelf op. Ze laten wel zien dat een expliciet wettelijk kader voor ondernemerschap of zelfstandig werk mogelijk is naast werknemersbescherming. Maak duidelijk wat wettelijke erkenning moet opleveren Comité ZZP pleit ervoor te onderzoeken hoe zelfstandig ondernemerschap een eigen wettelijke omschrijving en duidelijke rechtsgevolgen kan krijgen. Daarbij moet vooraf helder zijn wat zo’n regeling oplevert. Welke kenmerken wijzen op daadwerkelijke zelfstandigheid? Hoe weegt de bewuste keuze mee? En welke zekerheid kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer daaraan ontlenen voordat zij gaan samenwerken? Een wettelijke regeling moet meer bieden dan symbolische erkenning. Zij moet bijdragen aan een begrijpelijke en voorspelbare beoordeling, met waarborgen tegen schijnzelfstandigheid en behoud van werknemersbescherming. Het Nederlandse recht erkent ondernemerschap al op verschillende plaatsen. De rechtspraak geeft het betekenis bij de beoordeling van arbeidsrelaties. De volgende vraag is of de wetgever die erkenning duidelijker en samenhangender moet vastleggen. Het wordt tijd dat de wet ook positief omschrijft wat daadwerkelijk zelfstandig ondernemerschap inhoudt — en welke rechtsgevolgen daaraan verbonden zijn.
door penningmeester • 21 oktober 2026
‘Geen zzp’er inhuren’ is een veilig advies. Is het ook het beste advies?
door secretaris • 19 oktober 2026
PRO: contra zzp.
door secretaris • 3 augustus 2026
Geen VBAR 2.0
door secretaris • 24 juli 2026
De nieuwste cijfers van de KvK laten zien dat het aantal zzp'ers opnieuw flink is gestegen.
door secretaris • 15 juli 2026
Er is een campagne. Maar we zien ‘m niet. De naam is sterk: ‘Zo kan zzp wél’.
door secretaris • 6 juli 2026
Twee ministers. Eén ministerie. Twee boodschappen.
door penningmeester • 29 juni 2026
De wereld beweegt richting solo. Dat is geen toeval!
door secretaris • 22 juni 2026
Framing en feiten: Waarom het bashen van de zzp’er nu écht moet stoppen 
door secretaris • 29 april 2026
1 mei: Dag van de Arbeid – maar voor wie eigenlijk?