Waar blijft het recht van de zzp'er?
23 december 2024

De voortdurende aantasting van de rechtspositie van zzp’ers is een obstakel voor ondernemerschap én sociale zekerheid.

De positie van zzp’ers in Nederland blijft door overheidsbemoeienis een bron van discussie en onzekerheid. Waar werknemers en ondernemers duidelijke bescherming en rechten hebben, worden zzp'ers geconfronteerd met beleidsmatige willekeur.


Ze worden geconfronteerd met (steeds falende) regelgeving die hen niet alleen beperkt in hun ondernemerschap, maar ook economisch benadeelt ten opzichte van bedrijven mét personeel. Het huidige beleid lijkt meer gericht op het compliceren van zzp-schap dan op het bieden van een eerlijke en juridisch sluitende positie. Dit moet veranderen.


De ongelijkheid ten opzichte van andere ondernemingen

Een van de grootste problemen is dat zzp’ers worden afgerekend op arbeidsrechtelijke criteria die niet aansluiten bij hun ondernemingsvorm. Terwijl een bv met personeel vrijelijk opdrachten kan verwerven zonder inmenging van intermediairs of brokers, wordt een zzp’er door de wet DBA verplicht om via dergelijke tussenlagen te werken. Deze constructies verminderen niet alleen de inkomsten van zzp’ers door forse bemiddelingskosten, maar versterken ook de scheve concurrentieverhoudingen. Het is ironisch dat zzp’ers, die vaak precies hetzelfde werk verrichten als bv’s met personeel, worden beknot door regelgeving die hen behandelt alsof ze werknemers zouden zijn. Een bv met personeel mag interim werkzaamheden aanbieden, een bv zonder personeel heet dan schijnzelfstandig. Dit is niet alleen juridisch inconsistent, maar ook economisch oneerlijk.


Vrijwilligheid en marktdynamiek: waarom overheidsbemoeienis onnodig is

Een vaak aangevoerd argument tegen de zelfstandige positie van zzp’ers is het ontbreken van een gezagsverhouding. Maar dat is precies wat de essentie van zzp-schap bepaalt. Zzp’ers zijn ondernemers die bewust kiezen voor flexibiliteit, minder zekerheden, en afzien van secundaire arbeidsvoorwaarden in ruil voor vrijheid en autonomie. Dat werkt in de praktijk prima. Waar partijen vrijwillig afspraken maken, is geen noodzaak voor overheidsbemoeienis. Het aanhoudende gemorrel aan de wet- en regelgeving – van de VAR tot de wet DBA – doet meer kwaad dan goed. Het introduceert onnodige complexiteit en brengt kosten en risico’s met zich mee, zonder dat er sprake is van structureel marktfalen.


Een stap terug voor ondernemerschap

De invoering van hybride constructies, waarin zzp’ers deels in loondienst worden gedwongen, is een slecht alternatief. Het creëert een administratieve puinhoop, met flarden pensioenopbouw per opdracht/broker (als er al een pensioen wordt geregeld), fragmentarische en extra dure sociale zekerheid (bij opdrachten via een broker worden wat afdrachten gedaan, bv. 4 maanden voor 20 uur per week, maar intussen lopen je AOV en eigen pensioenbetalingen door) en voortdurende fiscale complicaties. Het urencriterium voor ondernemersaftrek wordt bijvoorbeeld haast onmogelijk na te leven voor wie tussen loondienst en zelfstandig werk pendelt. Dit beleid maakt ondernemerschap onaantrekkelijker en tast de groei van het mkb aan, een motor van de Nederlandse economie. Bovendien druist het in tegen de basisprincipes van een vrije markt: zzp’ers worden structureel op achterstand gezet ten opzichte van andere ondernemers, terwijl hun bijdrage aan de economie onmiskenbaar is.


Wat moet er gebeuren?

De oplossing ligt in een duidelijker juridische positie voor zzp’ers. In plaats van hen te beoordelen op arbeidsrechtelijke criteria, moet de wetgever erkennen dat zzp’ers volwaardige ondernemers zijn, vergelijkbaar met andere bv’s. Dit betekent toegang tot opdrachten op gelijke voorwaarden, zonder verplichte tussenkomst van brokers. Daarnaast moet het beleid zich richten op het versterken van de autonomie van zzp’ers, met ruimte voor maatwerkoplossingen waar nodig, zonder het ondernemerschap te verstikken met regelgeving die meer kwaad dan goed doet.

Als samenleving moeten we de waarde van zzp’ers erkennen en ondersteunen. Ondernemers, groot én klein, dragen bij aan de dynamiek, innovatie en groei van onze economie. Het huidige beleid staat haaks op dit principe. Laten we kiezen voor beleid dat ondernemerschap aanmoedigt, in plaats van het te belemmeren.


Een eerste stap is:
Teken de petitie!

Danielle van Wieringen

door secretaris • 28 oktober 2026
Nederland telt ruim een miljoen zelfstandigen zonder personeel. Veel van hen kiezen bewust voor ondernemerschap. Ze investeren, nemen risico’s, zoeken klanten en dragen verantwoordelijkheid voor hun eigen inkomen en toekomst. Het Burgerlijk Wetboek regelt verschillende overeenkomsten waaronder zij werken. Toch ontbreekt een algemene wettelijke omschrijving van zelfstandig ondernemerschap. Dat roept een vraag op: verdient zelfstandig ondernemerschap, naast de arbeidsovereenkomst, een duidelijker eigen plaats in de wet? De contractvorm is geregeld, de ondernemer niet algemeen omschreven Artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek beschrijft wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. Arbeid, loon en werken in dienst van een ander vormen daarbij de kern. Rondom deze overeenkomst is een uitgebreid stelsel van werknemersbescherming gebouwd. Het Burgerlijk Wetboek kent ook de overeenkomst van opdracht en aanneming van werk. Die regelen belangrijke contractvormen waarvan zelfstandigen gebruikmaken. Ze geven geen echter algemene omschrijving van wie zelfstandig ondernemer is. Dat onderscheid doet ertoe. De overeenkomst waaronder iemand werkt, heeft een wettelijke plaats. Zelfstandig ondernemerschap als zodanig heeft binnen het Burgerlijk Wetboek geen vergelijkbare algemene omschrijving. Ondernemerschap is juridisch al relevant Nederland kent verschillende ondernemersbegrippen. De inkomstenbelasting en de btw hebben ieder hun eigen criteria. Ook binnen het Burgerlijk Wetboek bestaan begrippen voor specifieke doeleinden, zoals de handelaar in het consumentenrecht. Die begrippen beantwoorden echter niet automatisch de vraag of iemand een bepaalde opdracht als zelfstandige uitvoert. Ondernemer zijn en een arbeidsovereenkomst hebben, sluiten elkaar niet in alle omstandigheden uit. Iemand kan een eigen bedrijf hebben en daarnaast in loondienst werken. Ook bij de beoordeling van een arbeidsrelatie speelt ondernemerschap al een belangrijke rol. De Hoge Raad heeft bevestigd dat ondernemerschap volwaardig moet worden meegewogen. Daarbij kunnen ook omstandigheden buiten de betreffende opdracht meetellen, zoals acquisitie, reputatie en het aantal opdrachtgevers. Tussen de relevante omstandigheden geldt geen vaste rangorde. Die erkenning is belangrijk. Echter: zij is ontwikkeld in de rechtspraak. Een expliciete wettelijke omschrijving van zelfstandig ondernemerschap als tegenhanger van de arbeidsovereenkomst ontbreekt nog steeds. Geef ook de bewuste keuze betekenis De wens om ondernemer te zijn, maakt iemand onder het huidige recht nog geen zelfstandige. Een contract met het opschrift ‘overeenkomst van opdracht’ is evenmin voldoende. De overeengekomen rechten en verplichtingen en de uitvoering daarvan bepalen hoe de arbeidsrelatie juridisch wordt beoordeeld. Daarmee is de politieke vraag niet beantwoord: welke betekenis zou een aantoonbaar vrije en geïnformeerde keuze voor ondernemerschap in de wet moeten krijgen? Die keuze hoeft niet op zichzelf beslissend te zijn. Zij kan worden verbonden aan objectieve kenmerken: zelfstandig opdrachten verwerven, investeren, eigen tarieven bepalen, verantwoordelijkheid dragen voor het resultaat en ondernemersrisico lopen. Wie wettelijke erkenning van ondernemerschap bepleit, moet daarom duidelijk maken welke combinatie van keuzevrijheid en feitelijke zelfstandigheid daarvoor nodig is. Andere Europese landen bieden aanknopingspunten Andere Europese landen geven ondernemerschap en zelfstandig werk op verschillende manieren een wettelijke plaats. Duitsland omschrijft in § 14 van het Bürgerliches Gesetzbuch wie bij het aangaan van een rechtshandeling als ondernemer handelt. - Italië kent zowel een ondernemersbegrip als afzonderlijke bepalingen over zelfstandig werk. - België heeft een breed ondernemingsbegrip vastgelegd in het Wetboek Economisch Recht. Die begrippen hebben verschillende functies en zijn niet zonder meer gelijk aan de Nederlandse zzp’er. - Spanje biedt een directer aanknopingspunt. De Ley 20/2007 del Estatuto del trabajo autónomo omschrijft zelfstandig werkenden en regelt hun rechten en plichten. Daarbij is onder meer vereist dat zij voor eigen rekening en buiten de leiding en organisatie van een ander werken. Deze voorbeelden lossen de grens tussen zelfstandigheid en werknemerschap niet vanzelf op. Ze laten wel zien dat een expliciet wettelijk kader voor ondernemerschap of zelfstandig werk mogelijk is naast werknemersbescherming. Maak duidelijk wat wettelijke erkenning moet opleveren Comité ZZP pleit ervoor te onderzoeken hoe zelfstandig ondernemerschap een eigen wettelijke omschrijving en duidelijke rechtsgevolgen kan krijgen. Daarbij moet vooraf helder zijn wat zo’n regeling oplevert. Welke kenmerken wijzen op daadwerkelijke zelfstandigheid? Hoe weegt de bewuste keuze mee? En welke zekerheid kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer daaraan ontlenen voordat zij gaan samenwerken? Een wettelijke regeling moet meer bieden dan symbolische erkenning. Zij moet bijdragen aan een begrijpelijke en voorspelbare beoordeling, met waarborgen tegen schijnzelfstandigheid en behoud van werknemersbescherming. Het Nederlandse recht erkent ondernemerschap al op verschillende plaatsen. De rechtspraak geeft het betekenis bij de beoordeling van arbeidsrelaties. De volgende vraag is of de wetgever die erkenning duidelijker en samenhangender moet vastleggen. Het wordt tijd dat de wet ook positief omschrijft wat daadwerkelijk zelfstandig ondernemerschap inhoudt — en welke rechtsgevolgen daaraan verbonden zijn.
door penningmeester • 21 oktober 2026
‘Geen zzp’er inhuren’ is een veilig advies. Is het ook het beste advies?
door secretaris • 19 oktober 2026
PRO: contra zzp.
door secretaris • 3 augustus 2026
Geen VBAR 2.0
door secretaris • 24 juli 2026
De nieuwste cijfers van de KvK laten zien dat het aantal zzp'ers opnieuw flink is gestegen.
door secretaris • 15 juli 2026
Er is een campagne. Maar we zien ‘m niet. De naam is sterk: ‘Zo kan zzp wél’.
door secretaris • 6 juli 2026
Twee ministers. Eén ministerie. Twee boodschappen.
door penningmeester • 29 juni 2026
De wereld beweegt richting solo. Dat is geen toeval!
door secretaris • 22 juni 2026
Framing en feiten: Waarom het bashen van de zzp’er nu écht moet stoppen 
door secretaris • 29 april 2026
1 mei: Dag van de Arbeid – maar voor wie eigenlijk?