Zelfstandigen verdienen vrijheid én zekerheid
4 september 2025

Nederland telt inmiddels bijna 2 miljoen (ruim 1.78 miljoen volgens de Kamer van Koophandel) zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) – van creatieve professionals tot bouwvakkers, van pakketbezorgers tot consultants  (vaak, dus niet allemaal). Hun bijdrage aan de economie is onmiskenbaar, hun flexibiliteit een zegen voor opdrachtgevers. Toch zitten ze in een sociale spagaat: ons stelsel van sociale zekerheid is nog altijd vooral afgestemd op, en alleen toegankelijk voor, werknemers. Het gevolg: onzekerheid, scheve concurrentie en een groeiende kloof tussen vrijheid en vangnet.


We stuiten op drie hardnekkige problemen: (1) de gebrekkige dekking van het sociale stelsel voor zelfstandigen, (2) de bescherming van gedwongen of schijnzelfstandigen, en (3) het hardnekkige feit dat veel mensen denken dat veel zelfstandigen hun eigen risico’s – ziekte, ouderdom, armoede – onvoldoende afdekken. De werkelijke cijfers lees je hier.

Zelfstandigen verdienen vrijheid én zekerheid

1. De dekking door het sociale stelsel

De sociale zekerheid voor zelfstandigen bestaat uit een basis én een vangnet. Waar werknemers via hun werkgever sociale premies betalen (zoals voor werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, pensioen), kent de zzp’er vooral het minimum: de AOW en het recht op bijstand.

  • AOW-premie

Zzp’ers betalen, net als vrijwel iedereen in Nederland, AOW-premie via de inkomstenbelasting. Of iemand in loondienst is of zzp’er, maakt voor het recht op AOW niets uit zolang er premie wordt afgedragen. De uitkering is aan het minimumloon gekoppeld en vormt, zeker zonder aanvullend pensioen, slechts een sobere basis.

  • Bijstand

Voor bijstand betaalt niemand een premie. Het bijstandsbudget is miljarden euro's en volledig betaald uit algemene, landelijke belastingen, die alle burgers en bedrijven betalen: vooral inkomstenbelasting, btw en vennootschapsbelasting. Dit geld wordt centraal ingezameld en vervolgens opnieuw verdeeld richting de gemeenten. Pas wie in armoede dreigt te raken, kan als vangnet een beroep doen op bijstand. 

Kortom: zelfstandigen draaien ook op voor volksverzekeringen zoals de AOW, maar zijn voor vrijwel alles daarnaast zelf verantwoordelijk. Bijstand is een laatste redmiddel voor iedereen.

De mogelijk oplossing is er: het Burger Service Model (BSM). In dit model doet niet de werkgever de afdrachten, maar de burger zelf, alles is herleidbaar via het Burger Service Nummer. Werkenden dragen premies af vanuit hun eigen inkomen, ongeacht of ze zzp’er of werknemer zijn. Eenvoudiger, eerlijker en transparanter. Waarom zouden we vasthouden aan een systeem waarin de vorm en duur van je contract bepaalt of je recht hebt op bescherming? Het BSM zorgt voor: Eerlijke afdracht en toegang tot sociale voorzieningen.

2. Stop met het uitknijpen van schijnzelfstandigen

Bij Comité ZZP zijn we geen fan van het te pas en te onpas gebruiken van de term schijnzelfstandige. Iedereen kent ze: de pakketbezorger, de beveiliger of de callcentermedewerker die officieel “ondernemer” is, maar in werkelijkheid gewoon in loondienst zou moeten werken. Ze missen rechten en worden vaak onderbetaald. Dat is niet alleen oneerlijk, het zet ook druk op echte ondernemers die wél hun vrijheid kiezen. 

De mogelijke oplossing voor de schijnzelfstandigheid is simpel maar krachtig: een minimumtarief gekoppeld aan het minimumloon of cao-loon. Zo ontstaat een eerlijke ondergrens en wordt het onaantrekkelijk om mensen puur als "goedkope zzp’er" in te huren. Echte zelfstandigen kunnen hun tarief daarop bouwen, en misbruikers krijgen minder speelruimte.


3. De aanname dat zelfstandigen zichzelf beter moeten beschermen

De gedachte is dat veel zzp’ers geen arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) afsluiten, mogelijk vanwege hoge premies en ontoegankelijke voorwaarden. Ook denkt men dat de pensioenopbouw vaak mager is of helemaal ontbreekt. Vrijwillige verzekeringen slaan nauwelijks aan – mede door complexiteit, prijs en gebrek aan collectiviteit. In de toekomst  komt er waarschijnlijk een verplichte AOV, maar veel zzp’ers en verzekeraars staan hier argwanend tegenover vanwege bureaucratie en kosten. De feiten over hun bescherming liggen (met bronvermelding) anders.

Hier is geen oplossing nodig omdat dat het in feite niet zo ernstig is als velen denken. Toch kan ook hier als men het echt toch wil de politiek sturen. Verzekeraars moeten verplicht worden om betaalbare en toegankelijke polissen aan te bieden. Doen ze dat niet? Dan kan een sanctie zijn dat ze niet mogen meedoen met aanbestedingen en publieke projecten. Bovendien kan een collectieve oplossing, zoals de herintroductie van de zogeheten C-polis, waar dan ook zelfstandigen toegang toe hebben helpen.


Vrijheid én solidariteit

Zelfstandig werken mag nooit betekenen dat je buiten de vangnetten van de samenleving valt. Vrijheid en flexibiliteit horen niet te botsen met zekerheid en solidariteit. Met het Burger Service Model, een tariefbodem en betere verzekeringsproducten kunnen we de balans herstellen.

De zelfstandige van de toekomst moet kunnen ondernemen zonder angst voor armoede bij ziekte of ouderdom. Dat is geen luxe, maar een basisvoorwaarde voor een gezonde en eerlijke arbeidsmarkt. De vraag is niet óf we dit willen regelen, maar wanneer we eindelijk de moed hebben om het te doen.

Mogelijke oplossingen zijn eerlijker en toekomstbestendig?


Samengevat:

  • Gebruik het Burger Service Model (BSM). Maak premieafdracht “arbeidsvormneutraal”. Iedereen draagt zelf premies af, ongeacht of ze werknemer of zzp’er zijn. Dit maakt het stelsel transparant, eenvoudig en solidair – geen onderscheid meer tussen loondienst en zelfstandigheid in sociale bijdragen.
  • Minimumtarief aan minimumloon gekoppeld: Voorkom misbruik en onderbetaling door een wettelijk minimumtarief vast te leggen dat gelijk loopt met het minimumloon of het cao-loon van de sector. Dit bevordert het ontstaan van schijnzelfstandigen en zorgt voor eerlijke concurrentie en beschermt zelfstandigen tegen een race to the bottom.
  • Verzekeraars en collectieve oplossingen verplichten: Verplicht verzekeraars om toegankelijke en betaalbare arbeidsongeschiktheids- en pensioenproducten aan zelfstandigen aan te bieden. Eventueel als voorwaarde om aan publieke aanbestedingen te mogen deelnemen. Zet daarnaast in op collectieven, zoals het herinvoeren van de ‘C-polis’, die zelfstandigen ook kunnen afsluiten.
  • Handhaving en heldere regels tegen schijnzelfstandigheid: Verscherpte handhaving – die vanaf 2025 ingevoerd is – zorgt ervoor dat de voordelen van echte zelfstandigheid behouden blijven, maar schijnzelfstandigheid en misbruik worden bestreden.
  • Vrijheid, zekerheid en solidariteit: wie durft? Zelfstandig werken mag nooit meer betekenen dat iemand buiten de vangnetten van onze samenleving valt. Vrijheid en flexibiliteit zijn waardevol, maar mogen geen pad naar bestaansonzekerheid zijn. Nederland moet – via het Burger Service Model en heldere wetten – solidariteit, eerlijke concurrentie en ondernemerschap verbinden.


De zelfstandige verdient het om niet te hoeven kiezen tussen vrijheid en zekerheid, maar beide te kunnen combineren in een nieuwe socialere overeenkomst. Tijd voor moedige keuzes en vaste grond onder de voeten van de zzp’er.


Het Burger Service Model (BSM) is een idee van Roos Wouters.


Cursieve tekst is later toegevoegd ivm feedback

door secretaris • 28 oktober 2026
Nederland telt ruim een miljoen zelfstandigen zonder personeel. Veel van hen kiezen bewust voor ondernemerschap. Ze investeren, nemen risico’s, zoeken klanten en dragen verantwoordelijkheid voor hun eigen inkomen en toekomst. Het Burgerlijk Wetboek regelt verschillende overeenkomsten waaronder zij werken. Toch ontbreekt een algemene wettelijke omschrijving van zelfstandig ondernemerschap. Dat roept een vraag op: verdient zelfstandig ondernemerschap, naast de arbeidsovereenkomst, een duidelijker eigen plaats in de wet? De contractvorm is geregeld, de ondernemer niet algemeen omschreven Artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek beschrijft wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. Arbeid, loon en werken in dienst van een ander vormen daarbij de kern. Rondom deze overeenkomst is een uitgebreid stelsel van werknemersbescherming gebouwd. Het Burgerlijk Wetboek kent ook de overeenkomst van opdracht en aanneming van werk. Die regelen belangrijke contractvormen waarvan zelfstandigen gebruikmaken. Ze geven geen echter algemene omschrijving van wie zelfstandig ondernemer is. Dat onderscheid doet ertoe. De overeenkomst waaronder iemand werkt, heeft een wettelijke plaats. Zelfstandig ondernemerschap als zodanig heeft binnen het Burgerlijk Wetboek geen vergelijkbare algemene omschrijving. Ondernemerschap is juridisch al relevant Nederland kent verschillende ondernemersbegrippen. De inkomstenbelasting en de btw hebben ieder hun eigen criteria. Ook binnen het Burgerlijk Wetboek bestaan begrippen voor specifieke doeleinden, zoals de handelaar in het consumentenrecht. Die begrippen beantwoorden echter niet automatisch de vraag of iemand een bepaalde opdracht als zelfstandige uitvoert. Ondernemer zijn en een arbeidsovereenkomst hebben, sluiten elkaar niet in alle omstandigheden uit. Iemand kan een eigen bedrijf hebben en daarnaast in loondienst werken. Ook bij de beoordeling van een arbeidsrelatie speelt ondernemerschap al een belangrijke rol. De Hoge Raad heeft bevestigd dat ondernemerschap volwaardig moet worden meegewogen. Daarbij kunnen ook omstandigheden buiten de betreffende opdracht meetellen, zoals acquisitie, reputatie en het aantal opdrachtgevers. Tussen de relevante omstandigheden geldt geen vaste rangorde. Die erkenning is belangrijk. Echter: zij is ontwikkeld in de rechtspraak. Een expliciete wettelijke omschrijving van zelfstandig ondernemerschap als tegenhanger van de arbeidsovereenkomst ontbreekt nog steeds. Geef ook de bewuste keuze betekenis De wens om ondernemer te zijn, maakt iemand onder het huidige recht nog geen zelfstandige. Een contract met het opschrift ‘overeenkomst van opdracht’ is evenmin voldoende. De overeengekomen rechten en verplichtingen en de uitvoering daarvan bepalen hoe de arbeidsrelatie juridisch wordt beoordeeld. Daarmee is de politieke vraag niet beantwoord: welke betekenis zou een aantoonbaar vrije en geïnformeerde keuze voor ondernemerschap in de wet moeten krijgen? Die keuze hoeft niet op zichzelf beslissend te zijn. Zij kan worden verbonden aan objectieve kenmerken: zelfstandig opdrachten verwerven, investeren, eigen tarieven bepalen, verantwoordelijkheid dragen voor het resultaat en ondernemersrisico lopen. Wie wettelijke erkenning van ondernemerschap bepleit, moet daarom duidelijk maken welke combinatie van keuzevrijheid en feitelijke zelfstandigheid daarvoor nodig is. Andere Europese landen bieden aanknopingspunten Andere Europese landen geven ondernemerschap en zelfstandig werk op verschillende manieren een wettelijke plaats. Duitsland omschrijft in § 14 van het Bürgerliches Gesetzbuch wie bij het aangaan van een rechtshandeling als ondernemer handelt. - Italië kent zowel een ondernemersbegrip als afzonderlijke bepalingen over zelfstandig werk. - België heeft een breed ondernemingsbegrip vastgelegd in het Wetboek Economisch Recht. Die begrippen hebben verschillende functies en zijn niet zonder meer gelijk aan de Nederlandse zzp’er. - Spanje biedt een directer aanknopingspunt. De Ley 20/2007 del Estatuto del trabajo autónomo omschrijft zelfstandig werkenden en regelt hun rechten en plichten. Daarbij is onder meer vereist dat zij voor eigen rekening en buiten de leiding en organisatie van een ander werken. Deze voorbeelden lossen de grens tussen zelfstandigheid en werknemerschap niet vanzelf op. Ze laten wel zien dat een expliciet wettelijk kader voor ondernemerschap of zelfstandig werk mogelijk is naast werknemersbescherming. Maak duidelijk wat wettelijke erkenning moet opleveren Comité ZZP pleit ervoor te onderzoeken hoe zelfstandig ondernemerschap een eigen wettelijke omschrijving en duidelijke rechtsgevolgen kan krijgen. Daarbij moet vooraf helder zijn wat zo’n regeling oplevert. Welke kenmerken wijzen op daadwerkelijke zelfstandigheid? Hoe weegt de bewuste keuze mee? En welke zekerheid kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer daaraan ontlenen voordat zij gaan samenwerken? Een wettelijke regeling moet meer bieden dan symbolische erkenning. Zij moet bijdragen aan een begrijpelijke en voorspelbare beoordeling, met waarborgen tegen schijnzelfstandigheid en behoud van werknemersbescherming. Het Nederlandse recht erkent ondernemerschap al op verschillende plaatsen. De rechtspraak geeft het betekenis bij de beoordeling van arbeidsrelaties. De volgende vraag is of de wetgever die erkenning duidelijker en samenhangender moet vastleggen. Het wordt tijd dat de wet ook positief omschrijft wat daadwerkelijk zelfstandig ondernemerschap inhoudt — en welke rechtsgevolgen daaraan verbonden zijn.
door penningmeester • 21 oktober 2026
‘Geen zzp’er inhuren’ is een veilig advies. Is het ook het beste advies?
door secretaris • 19 oktober 2026
PRO: contra zzp.
door secretaris • 3 augustus 2026
Geen VBAR 2.0
door secretaris • 24 juli 2026
De nieuwste cijfers van de KvK laten zien dat het aantal zzp'ers opnieuw flink is gestegen.
door secretaris • 15 juli 2026
Er is een campagne. Maar we zien ‘m niet. De naam is sterk: ‘Zo kan zzp wél’.
door secretaris • 6 juli 2026
Twee ministers. Eén ministerie. Twee boodschappen.
door penningmeester • 29 juni 2026
De wereld beweegt richting solo. Dat is geen toeval!
door secretaris • 22 juni 2026
Framing en feiten: Waarom het bashen van de zzp’er nu écht moet stoppen 
door secretaris • 29 april 2026
1 mei: Dag van de Arbeid – maar voor wie eigenlijk?