Reactie op vooroordelen over zzp'ers.
1 september 2025

"Ze zijn onverzekerd, hebben geen pensioen, ze dragen niet bij en zijn dus kwetsbaar"

(Lees verder onder de afbeelding)

Reactie op vooroordelen over zzp'ers.

 Zzp’ers hebben geen buffer en zijn niet verzekerd, dus zijn ze kwetsbaar en moeten beter beschermd worden." Dit is een veralgemenisering die niet volledig klopt. Hieronder de feiten, met de meest recente betrouwbare bronnen:

 

1. Veel zzp’ers hebben wél financiële buffers

  • Volgens het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) (publicatie: Welvaart van zelfstandigen, 2023): 
  • 80% van de zzp’ers had in 2021 voldoende financiële ruimte om minimaal 3 maanden zonder inkomsten te overbruggen.
  • Deze groep heeft gemiddeld zelfs méér vermogen dan werknemers, vooral door spaargeld, eigen woningen of pensioenreserves.

🔗 Bron:CBS – Welvaart zelfstandigen 2023

 


2. Verzekeringen: zzp’ers maken bewuste keuzes

  • Uit onderzoek van TNO (ZZP Panel 2023): 
  • 63% van de zzp’ers heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV), een broodfonds of een andere voorziening getroffen.
  • Jonge of startende zzp’ers kiezen vaker voor alternatieven zoals broodfondsen, het opbouwen van eigen reserves, of een partnerinkomen.
  • Er is geen bewijs dat de meerderheid willens en wetens “onverzekerd en onverantwoord” werkt. 

🔗 Bron:TNO – Zelfstandigenpanel 2023

 


3. Pensioen: zzp’ers regelen dit vaak op eigen manier

  • Volgens het CBS (2022): 
  • Circa 60% van de zzp’ers bouwt pensioen op, maar niet via een standaardregeling. 
  • Velen doen dit via eigen vermogen, beleggingen, de eigen woning of een bedrijfsspaarpot. 

🔗 Bron:CBS – Pensioenopbouw van zelfstandigen


Het beeld dat zzp’ers massaal onverzekerd en onverantwoord werken is feitelijk onjuist. De meerderheid heeft wél een buffer, en maakt bewuste keuzes over verzekering en pensioen. Zzp’ers zijn niet onverantwoord, maar zelfstandig. Het probleem zit niet in hun gedrag, maar in het gebrek aan toegankelijke en flexibele voorzieningen. Geef ze opties die passen bij hun praktijk, in plaats van ze te betuttelen of te dwingen tot loondienst. 


Niet de zzp'er is een probleem -omdat zij niet zouden bijdragen aan het collectieve systeem- (ze betalen zat) maar zzp'ers kúnnen hieraan niet rechtstreeks bijdragen (en niet deelnemen).


Collectiviteit en solidariteit zitten niet puur in contractvorm 'loondienst', maar in de huidige ontoegankelijkheid van het systeem. De overheid zou kunnen faciliteren of eisen dat ook zzp'ers meedoen aan het collectieve stelsel. Dat lijkt vruchtbaarder dan de nu gekozen weg; op basis van een wet uit 1907 proberen om 1,8 miljoen werkenden in een keurslijf te dwingen dat ze niet willen, en waarmee maatschappij noch economie zijn gediend.

Comité Zzp

door secretaris • 28 oktober 2026
Nederland telt ruim een miljoen zelfstandigen zonder personeel. Veel van hen kiezen bewust voor ondernemerschap. Ze investeren, nemen risico’s, zoeken klanten en dragen verantwoordelijkheid voor hun eigen inkomen en toekomst. Het Burgerlijk Wetboek regelt verschillende overeenkomsten waaronder zij werken. Toch ontbreekt een algemene wettelijke omschrijving van zelfstandig ondernemerschap. Dat roept een vraag op: verdient zelfstandig ondernemerschap, naast de arbeidsovereenkomst, een duidelijker eigen plaats in de wet? De contractvorm is geregeld, de ondernemer niet algemeen omschreven Artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek beschrijft wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. Arbeid, loon en werken in dienst van een ander vormen daarbij de kern. Rondom deze overeenkomst is een uitgebreid stelsel van werknemersbescherming gebouwd. Het Burgerlijk Wetboek kent ook de overeenkomst van opdracht en aanneming van werk. Die regelen belangrijke contractvormen waarvan zelfstandigen gebruikmaken. Ze geven geen echter algemene omschrijving van wie zelfstandig ondernemer is. Dat onderscheid doet ertoe. De overeenkomst waaronder iemand werkt, heeft een wettelijke plaats. Zelfstandig ondernemerschap als zodanig heeft binnen het Burgerlijk Wetboek geen vergelijkbare algemene omschrijving. Ondernemerschap is juridisch al relevant Nederland kent verschillende ondernemersbegrippen. De inkomstenbelasting en de btw hebben ieder hun eigen criteria. Ook binnen het Burgerlijk Wetboek bestaan begrippen voor specifieke doeleinden, zoals de handelaar in het consumentenrecht. Die begrippen beantwoorden echter niet automatisch de vraag of iemand een bepaalde opdracht als zelfstandige uitvoert. Ondernemer zijn en een arbeidsovereenkomst hebben, sluiten elkaar niet in alle omstandigheden uit. Iemand kan een eigen bedrijf hebben en daarnaast in loondienst werken. Ook bij de beoordeling van een arbeidsrelatie speelt ondernemerschap al een belangrijke rol. De Hoge Raad heeft bevestigd dat ondernemerschap volwaardig moet worden meegewogen. Daarbij kunnen ook omstandigheden buiten de betreffende opdracht meetellen, zoals acquisitie, reputatie en het aantal opdrachtgevers. Tussen de relevante omstandigheden geldt geen vaste rangorde. Die erkenning is belangrijk. Echter: zij is ontwikkeld in de rechtspraak. Een expliciete wettelijke omschrijving van zelfstandig ondernemerschap als tegenhanger van de arbeidsovereenkomst ontbreekt nog steeds. Geef ook de bewuste keuze betekenis De wens om ondernemer te zijn, maakt iemand onder het huidige recht nog geen zelfstandige. Een contract met het opschrift ‘overeenkomst van opdracht’ is evenmin voldoende. De overeengekomen rechten en verplichtingen en de uitvoering daarvan bepalen hoe de arbeidsrelatie juridisch wordt beoordeeld. Daarmee is de politieke vraag niet beantwoord: welke betekenis zou een aantoonbaar vrije en geïnformeerde keuze voor ondernemerschap in de wet moeten krijgen? Die keuze hoeft niet op zichzelf beslissend te zijn. Zij kan worden verbonden aan objectieve kenmerken: zelfstandig opdrachten verwerven, investeren, eigen tarieven bepalen, verantwoordelijkheid dragen voor het resultaat en ondernemersrisico lopen. Wie wettelijke erkenning van ondernemerschap bepleit, moet daarom duidelijk maken welke combinatie van keuzevrijheid en feitelijke zelfstandigheid daarvoor nodig is. Andere Europese landen bieden aanknopingspunten Andere Europese landen geven ondernemerschap en zelfstandig werk op verschillende manieren een wettelijke plaats. Duitsland omschrijft in § 14 van het Bürgerliches Gesetzbuch wie bij het aangaan van een rechtshandeling als ondernemer handelt. - Italië kent zowel een ondernemersbegrip als afzonderlijke bepalingen over zelfstandig werk. - België heeft een breed ondernemingsbegrip vastgelegd in het Wetboek Economisch Recht. Die begrippen hebben verschillende functies en zijn niet zonder meer gelijk aan de Nederlandse zzp’er. - Spanje biedt een directer aanknopingspunt. De Ley 20/2007 del Estatuto del trabajo autónomo omschrijft zelfstandig werkenden en regelt hun rechten en plichten. Daarbij is onder meer vereist dat zij voor eigen rekening en buiten de leiding en organisatie van een ander werken. Deze voorbeelden lossen de grens tussen zelfstandigheid en werknemerschap niet vanzelf op. Ze laten wel zien dat een expliciet wettelijk kader voor ondernemerschap of zelfstandig werk mogelijk is naast werknemersbescherming. Maak duidelijk wat wettelijke erkenning moet opleveren Comité ZZP pleit ervoor te onderzoeken hoe zelfstandig ondernemerschap een eigen wettelijke omschrijving en duidelijke rechtsgevolgen kan krijgen. Daarbij moet vooraf helder zijn wat zo’n regeling oplevert. Welke kenmerken wijzen op daadwerkelijke zelfstandigheid? Hoe weegt de bewuste keuze mee? En welke zekerheid kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer daaraan ontlenen voordat zij gaan samenwerken? Een wettelijke regeling moet meer bieden dan symbolische erkenning. Zij moet bijdragen aan een begrijpelijke en voorspelbare beoordeling, met waarborgen tegen schijnzelfstandigheid en behoud van werknemersbescherming. Het Nederlandse recht erkent ondernemerschap al op verschillende plaatsen. De rechtspraak geeft het betekenis bij de beoordeling van arbeidsrelaties. De volgende vraag is of de wetgever die erkenning duidelijker en samenhangender moet vastleggen. Het wordt tijd dat de wet ook positief omschrijft wat daadwerkelijk zelfstandig ondernemerschap inhoudt — en welke rechtsgevolgen daaraan verbonden zijn.
door penningmeester • 21 oktober 2026
‘Geen zzp’er inhuren’ is een veilig advies. Is het ook het beste advies?
door secretaris • 19 oktober 2026
PRO: contra zzp.
door secretaris • 3 augustus 2026
Geen VBAR 2.0
door secretaris • 24 juli 2026
De nieuwste cijfers van de KvK laten zien dat het aantal zzp'ers opnieuw flink is gestegen.
door secretaris • 15 juli 2026
Er is een campagne. Maar we zien ‘m niet. De naam is sterk: ‘Zo kan zzp wél’.
door secretaris • 6 juli 2026
Twee ministers. Eén ministerie. Twee boodschappen.
door penningmeester • 29 juni 2026
De wereld beweegt richting solo. Dat is geen toeval!
door secretaris • 22 juni 2026
Framing en feiten: Waarom het bashen van de zzp’er nu écht moet stoppen 
door secretaris • 29 april 2026
1 mei: Dag van de Arbeid – maar voor wie eigenlijk?